NTC Onderwijs

Kinderen die in het buitenland wonen en daar nationaal of internationaal onderwijs volgen, kunnen daarnaast ook lessen in de Nederlandse taal en cultuur krijgen. Dat noemen we het Nederlandse Taal en Cultuur (NTC-)onderwijs. Stichting Lale is een NTC Centrum dat lessen verzorgt voor zowel kinderen uit het primair als uit het voortgezet onderwijs. Het NTC onderwijs is bedoeld om een achterstand in de moedertaal te voorkomen en de instroom in het Nederlands onderwijs bij een eventuele terugkeer te vergemakkelijken. Op ons centrum volgen de leerlingen 120 uur Nederlandse les per jaar waarvan 20 uur wordt besteed aan cultuur. In de praktijk komt dat neer op 3 uur les per week, met daarnaast de activiteiten.

Ter vergelijking: op een school in Nederland krijgen de leerlingen ongeveer 7 a 8 uur Nederlandse les. Op een NTC Centrum moet dan ook zorgvuldig afgewogen worden welke lesstof wordt behandeld zodat toch alle onderwerpen aan bod komen. Dat hoeft de leerkracht gelukkig niet zelf te doen, daar zijn speciale NTC-modules voor ontworpen door de stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB). Vanwege dit verschil in uren is het van groot belang om de leerlingen ook in de thuissituatie Nederlandse taal aan te bieden. Anders zal het bereiken van vooruitgang in de Nederlandse taal nihil zijn. Het NTC onderwijs kenmerkt zich door een grote diversiteit in leeftijdsgroepen en taalniveaus. In het onderwijsbeleid wordt gesproken over 3 verschillende NTC Richtingen:

  • NTC Richting 1:

De leerling presteert op hetzelfde niveau als leerlingen in Nederland.

De lesstof is gericht op directe aansluiting op onderwijs in Nederland en moet een terugkeer in Nederlandse onderwijs faciliteren. Binnen deze richting wordt toegewerkt naar de kerndoelen van de Nederlandse taal en de tussendoelen zoals geformuleerd voor de verschillende jaargroepen. Bij deze leerlingen is Nederlands vaak de dominante taal in de thuissituatie, daarnaast spreken zij de dagschooltaal en eventueel de taal van het land. De woordenschat zal daarom variëren en het schriftelijk taalgebruik zal beïnvloed zijn door het onderwijs in de dagschooltaal. We streven voor deze leerlingen naar het niveau waarop zij kunnen instromen in het Nederlandse onderwijs.

  • NTC Richting 2:

De leerling presteert op Nederlands niveau met maximaal 2 jaar achterstand.

Doel is het zo goed mogelijk op peil houden van de Nederlandse taal, met het oog op een eventuele terugkeer naar Nederland. Bij deze leerlingen wordt doorgaans met één van de ouders Nederlands gesproken en de taal van de andere ouder valt vaak samen met de dagschooltaal. Deze taal is vaak de dominante taal binnen het gezin. Kerndoelen en tussendoelen voor verschillende jaargroepen worden op een maximale afstand van twee jaar gevolgd.

  • NTC Richting 3:

De leerling heeft een Nederlandse taalachterstand die groter is dan twee jaar.

Deze leerlingen leren Nederlands als vreemde taal, met het oog op een eventuele terugkeer naar Nederland. Het leerstofaanbod is gericht op de gewenste taalontwikkeling voor deze leerlingen gezien hun startniveau. Het betreft kinderen die thuis geen of nauwelijks Nederlands spreken en de taal ook nog niet of nauwelijks beheersen. De achterstand op leeftijdsgenoten in Nederland is groter dan 2 jaar.

Om te bepalen tot welke richting een leerling behoort kijken wij in eerste instantie naar het onderwijsniveau van de leerling en de vooropleiding van de leerling (heeft de leerling in Nederland onderwijs gevolgd of niet). Ook wordt er gekeken naar de motivatie van de leerling om Nederlands onderwijs te volgen. Kinderen uit gezinnen met twee Nederlandse ouders die hoogstwaarschijnlijk terugkeren naar Nederland moeten in principe probleemloos kunnen instromen in het reguliere onderwijs in Nederland. Ons onderwijs is passend voor alle NTC richtingen.